Damaststaal, wat is dat?

Geschiedenis van het Damast-staal.

De vermoedelijke oorsprong van damaststaal ligt in India. 2500 jaar geleden werd vanuit daar staal verhandeld in de vorm van broodjes, ook wel ‘ignots’ genaamd. Dit kwalitatief hoogwaardig staal bestond uit meerdere lagen die aan elkaar waren gesmeed. Deze uitstekende kwaliteit werd verkregen door de samenstelling van het erts gecombineerd met het stookproces van de win-ovens, als ook door de smeedtechniek van het damasceren. In Europa werd dit type damaststaal pas bekend nadat de kruisridders via de kooplieden uit Damascus het staal naar het westen meebrachten in de vorm van messen en vooral zwaarden. Echter, de eerste vormen van damast in onze streken werd eigenlijk al geproduceerd gedurende de eerste periode waarin men zelf het ijzer uit het erts haalde; de IJzertijd (750 – 50 v. Chr.). In lemen ovens werd het oeroude ijzererts, een combinatie van geoxideerd ijzer en steen (silicium), verhit totdat het steen smolt en als een lavastroom onder uit de oven kon lopen. De minuscule ijzerdeeltjes plakte aan elkaar samen en vormde zo de ‘wolf’, een sponsachtige brok ijzer. Redelijk zuiver ijzer, met maar minder dan 1 ‰ koolstof maar nog wel met veel slakrestanten erin. Deze wolf werd weer verhit, uitgesmeed, dan dubbel gevouwen en weer aan elkaar gesmeed, ook wel ‘wellen’ of ‘vuurlassen’ genoemd. Dit proces werd meerdere malen herhaald zodat de ingesloten slakresten, de onzuiverheden, er bijna allemaal uit waren geslagen.

Hierdoor ontstond een homogeen stuk ijzer dat in feite bestond uit meerdere lagen aaneen geweld ijzer. Door het ijzer daarna ‘op te kolen’ kon men extra koolstof toevoegen waardoor dit boven de 3‰ kwam te liggen. Hierdoor kon je het materiaal ‘harden’ door het snel af te koelen, een eigenschap van staal die zo gewaardeerd werd en word door de smeden. Dus, men kan al spreken van patroon geweld staal vanaf het moment dat men ijzer won uit erts. In de eeuwen daarna moet het ongetwijfeld zijn voorgekomen dat een smid van meerdere reststukken ijzer en staal weer één geheel wilde smeden waarmee hij weer een nieuw werkstuk kon maken. Niets van ijzer werd zomaar weggegooid in die tijd. Daarvoor was de productiemethode van het ijzer nog veel te arbeidsintensief. Dus om van kleine delen overgebleven ijzer één groter geheel te maken moest men het laag op laag stapelen en bij de exacte temperatuur aan elkaar wellen. Ook hierdoor kreeg je gelaagd staal, een variant op het damaststaal.

Een bijkomend voordeel van dit in elkaar smeden van ijzer en staal was dat het ongelijke koolstofgehalte van de verschillende stukken staal werd verdeeld.

Bovendien werd bij alle soorten damaststaal het weinig achtergebleven slak uitgerekt in rechte banen, wat het staal ook nog versterkte. Pas met de huidige moderne technieken is dit aangetoond, de smeden van die tijd konden dit niet weten maar zij merkten wel op dat de kwaliteit van dit staal zeer hoogwaardig was.

De vooraf bepaalde opbouw van 2 verschillende staalsoorten kon nog een voordeel opleveren; door hard maar breekbaar staal af te wisselen met het taaie, maar zachte ijzer kon men deze eigenschappen combineren. Vooral voor zwaarden bood dit een groot voordeel; de kern (of soms alleen de snijrand) werd gemaakt van bikkelhard staal en bleef zo lang scherp. De buitenlaag werd gemaakt van zeer flexibel staal waardoor het zwaard niet snel brak en zeer buigzaam werd.

Naast de boven beschreven voordelen was er nog een aspect waardoor het damaststaal zo gewaardeerd werd. Een ervaren smid kon het patroon van de lagen staal naar voren laten komen door het staal te polijsten en te etsen. Dit esthetische aspect sprak erg tot de verbeelding en bracht de kunst van het damasceren tot een ongekende hoogte, met uitschieters in de Viking, Frankische en Japanse cultuur. Het bewerkelijke smeedproces van een zwaard kon weken in beslag nemen. In de middeleeuwen was een damasten zwaard een fortuin waard en zeer gewild bij de aristocratie. Ook werd het damast in latere perioden vanwege zijn uitzonderlijke eigenschappen gebruikt voor o.a. de lopen van geweren. Aan het einde van de 19e eeuw verdween de damast-kunst door nieuwe verfijnde productietechnieken, waarbij men legeringen kon maken door b.v. mangaan, molybdeen, chroom en vanadium toe te voegen aan het staal. Het damaststaal kon hier niet meer aan tippen en het verdween dus op de achtergrond. Sinds enkele decennia is een select groepje liefhebbers juist weer druk bezig deze fascinerende en mystieke kunst nieuw leven in te blazen. Je kan zelfs spreken van een revival!

Deze tijdrovende techniek van damasceren kent ongekende mogelijkheden wat betreft de gewenste patronen. Door het vaak uit te smeden en dubbel te vouwen stijgt het aantal lagen snel, tot wel boven 1000 lagen, indien dit gewenst is. Door de gestapelde lagen te twisten, schuin te stapelen of delen weg te slijpen en weer uit te smeden verkrijg je na een behandeling met een etsmateriaal een prachtig lijnenspel wat het tot een uniek en krachtig geheel maakt. Geen stuk damast is hetzelfde en het patroon blijft voor eeuwig in het staal zitten.

en_USEnglish
nl_NLDutch en_USEnglish